Onderzoeken
in het AMC.
Buiten de reeds genoemde projecten die in
samenwerking met de universiteit Twente worden uitgevoerd zijn er
ook een aantal specifieke projecten die alleen in het academisch
medisch centrum in Amsterdam plaatsvinden.
Dit betreft:
- Longfunctie-metingen met een passief
longfunctie meetapparaat (de Sensor Medics 2600) bij
neonaten tot 6 jarigen met specifieke longziekten
varierend van BPD, RDS en astma tot scoliose en hernia
diafragmatica (in samenwerking met de kinderpulmonoloog
Drs R.W. Griffioen)
- Longfunctie-metingen met hetzellfde
toestel bij premature neonaten die hoog frequent worden
beademd (in samenwerking met de kinderarts A. van Kaam)
De metingen met de Sensor medics 2600 zijn
in die zin uniek dat zij de longfunctie bepalen van een patient
die niet actief handelngen hoeft te verrichten. Bij normale
longfunctiemetingen bij kinderen vanaf 6 jaar tot en met
volwassen bestaat een longfunctie meting meestal voornamlijk uit
het zo diep mogelijk in- en uitademen en het zo snel mogelijk
uitademen. Een pasgeborenen kan echter niet op commando deze
ademhalings-manoeuvres uitvoeren. Toch zijn dan
longfunctiemetingen mogelijk die gebaseerd zijn op normale
ademhaling. Dit heet passief longfunctie onderzoek omdat de
patient niet actief meewerkt.
Metingen bestaan uit:
- Flow-Volume en indien beademd ook Druk-Volume
registratie (afhankelijk van de vorm van de curves kan
men zien of een long obstructief of restrictief is, of er
flow-limitatie optreedt, etc)
- Compliantie en Weerstandsmetingen van
het respiratoire systeem gebaseerd op de single occlusie
techniek. Eind inspiratoir [de patient heeft ingeademd
van Functional Residuale Capaciteit (FRC) naar FRC + TV (TeugVolume)]
vindt een occlusie plaats aan de mond zodat de patient
niet meer kan uitademen. Er treed dan de zogenaamde
Hering-Breuer reflex op die inhoud dat er een volledige
relaxatie van de ademhaingsspieren plaatsvind. Nadat deze
relaxatie is geconstateerd (gemeten als een dukplateau
aan de mond) vind een (passieve) uitademing plaats (de
longen lopen leeg als een ballon). De sneheid waarmee de
longen leeglopen wordt bepaald door de weerstand van de
luchtwegen en de elasticiteit (compliantie) van de longen
en thorax. Stugge (in-elastische) longen zullen snel
leegloopen terwijl nauwe luchtwegen ervoor zorgen dat het
langer duurt. De elasticiteit en de weerstand worden
berekend uit het lineaire deel van de expiratie en worden
normaal berekend als het gemiddeld uit minimaal zes
metingen.
- Longinhoud (FRC) bepaling door middel
van de stikstof-uitas methode. Na een normale uitademing
(de patient zit dan op FRC niveau) schakelt er een klep
zodat de patient 100% zuurstof inademt terwijl zijn
uitgeademde lucht wordt gemeten door een stikstof
detector. Uit de hoeveelheid uitgeademde stikstof kan na
correctie voor luchtvochtigheid en temperatuur (ATP-BTPS
correctie) de longinhoud worden berekend. Normaal wordt
het gemiddelde uit 2 bepalingen genomen waarbij deze niet
meer dan 10% van elkaar mogen verschillen.
Een meetserie duurt in het algemeen 20 tot
30 minuten waarna de complete serie wordt herhaald na
bijvoorbeeld het toedienen (en 10 minuten laten inwerken) van een
broncho-dilatator (dat wil zeggen: een stof die de luchtwegen
verwijd). Spontaan ademende patienten dienen in rust te zijn of
te slapen waarvoor soms sedatie met een sedativum noodzakelijk is.
Hiervoor wordt chloralhydraat gegeven omdat dit het enige
sedativum is (tesamen met zijn derivaat triclofoss) wat de
longfuncte niet beinvloedt. Andere sedativa beinvloeden meestal
dramatisch de elasticiteit en de weerstand van het respiratoire
systeem.
Verder worden veel zaken onderzocht die te
maken hebben met hebben ademhaling/beademing en alles wat daaran
gerelateerd is zoals bijvoorbeeld:
- tijdsconstantes van het respiratoire
systeem in combinatie met de gebruikte ventilator
- effect van gesloten uitzuigsystemen op pulmonale drukken
- onderzoek naar een voorzetkamer in een pediatrisch of
neonatologisch beademingscircuit voor het toedienen van aerosolen
-
laatst gereviseerd december 1998
Terug